Na jaren van klachten, diagnoses en operaties

Jaren van klachten, diagnoses en operaties – mijn verhaal

Als ik terugkijk op mijn medische geschiedenis, dan begint het allemaal ergens rond 1974. De eerste klachten zaten in mijn handen, polsen en vingers. Zoals vaak gebeurt, werd er vrij snel een conclusie getrokken: het zou het carpaal tunnelsyndroom zijn.

De oplossing was duidelijk: opereren.

In totaal ben ik drie keer geopereerd aan mijn polsen. Helaas zonder het gewenste resultaat. De klachten bleven.

Van polsen naar ogen

In 1997 gebeurde er iets totaal anders. Van de ene op de andere dag kreeg ik problemen met mijn rechteroog. Het zicht ging sterk achteruit en de diagnose was neuritis optica.

Op dat moment werd ook gekeken naar MS, maar in 1999 werd dat nog uitgesloten.

Toch bleef het niet rustig.

Zoektocht naar een verklaring

In de jaren daarna kwamen er verschillende onderzoeken en diagnoses voorbij. Zo werd er op een gegeven moment gesproken over een chronisch en aspecifiek klachtenpatroon, met als mogelijke richting fibromyalgie.

Maar ook dat voelde niet als het complete plaatje.

In 2004 volgde opnieuw onderzoek, dit keer in een andere kliniek. Toen kwam er wél een duidelijke diagnose: secundair progressieve MS (SPMS).

Dat gaf een verklaring, maar tegelijk ook nieuwe vragen. Want niet alle klachten pasten daar goed bij.

Nek- en rugklachten nemen toe

Ondertussen namen de klachten in mijn nek en rug toe. In 2006 werd ik geopereerd aan de C3-C4. Opvallend genoeg verdwenen toen een groot deel van mijn klachten in mijn nek - handen en polsen.

Dat was voor mij een belangrijk inzicht: blijkbaar zat daar een verband.

In 2012 volgde nog een operatie aan C6-C7 nieuwe titanium tussenwervelschijf, met opnieuw verbetering van klachten in mijn nek - armen en handen.

Vanaf dat moment verschoof het probleem steeds meer naar mijn onderrug en benen.

Operaties en behandelingen in de onderrug

Vanaf 2014 ben ik meerdere keren geopereerd aan mijn onderrug L3-L4. Sommige ingrepen hielpen gedeeltelijk, andere helemaal niet.

Zenuwwortelbehandelingen in 2019 en 2020 hadden bijvoorbeeld geen enkel effect.

In 2020 volgde opnieuw een operatie (L1-L2), die wel weer enige verbetering gaf.

Maar telkens bleef er iets terugkomen.

Op zoek naar andere oorzaken

Omdat klachten bleven aanhouden, is er breder gekeken. In 2022 zijn mijn bloedvaten onderzocht (enkel-arm index), maar daar kwam niets uit.

Ook aanvullend onderzoek naar heup, bekken en knieën liet geen duidelijke oorzaak zien.

Daarna werd besloten om een neurostimulator (neuromodulator) te plaatsen. Tijdens de proefperiode leek dit goed te werken, maar na de definitieve plaatsing viel het resultaat tegen.

In 2023 nog weer een operatie op niveau L2-L3 en van links benaderd wat ook weer verlichting gaf maar niet afdoende.

Een belangrijke aanwijzing

In 2025 kreeg ik een zenuwwortelbehandeling op niveau L5-S1. Die gaf twee dagen volledig pijnvrij resultaat.

Dat was voor mij een duidelijke aanwijzing: daar zat het probleem.

De daaropvolgende operatie op dat niveau heeft dan ook goed geholpen. Maar zoals zo vaak bleven er toch restklachten.

Weer een nieuwe oorzaak

Eind 2025 kwam er opnieuw iets aan het licht: een nieuwe vernauwing en uitstulping op niveau L2-L3 maar nu vanaf rechts te benader bij een eventuele operatie.

Omdat een MRI niet mogelijk was door de neuromodulator, werd dit vastgesteld via een CT-scan met contrast.

In maart 2026 ben ik hier opnieuw aan geopereerd. De eerste resultaten zijn positief: minder pijn in rug en benen. Maar herstel kost tijd, dus het blijft afwachten hoe ver dit nog verbetert. De uitslag tot op heden kun je bekijken in mijn conclusie.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Jou levensverhaal op papier en zie wat het met je doet

Nadenken over later is een must of je wilt of niet